Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- [partij in de hoofdzaak] ;
- de wederpartij in de hoofdzaken;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Op 13 februari 2023 is een wrakingsverzoek ingediend door een partij tegen mr. D.R. van der Meer, rechter bij de rechtbank Den Haag, in meerdere bestuursrechtelijke zaken waarin de verzoeker partij is. Dit verzoek betrof zaken met nummers SGR 22/1197, SGR 22/7186 en SGR 22-4576, allen tegen het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
De wrakingskamer heeft het verzoek per zaak gesplitst en beoordeeld voor zover het betrekking had op de zaken waarin de verzoeker partij is. De kern van het verzoek was dat de rechter vermeend partijdig zou zijn, maar de wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen mogelijk is bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren.
De wrakingskamer constateerde dat in de betrokken zaken al een einduitspraak was gedaan, en dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking na een einduitspraak. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Ook het recht op mondelinge behandeling werd niet toegekend omdat er geen reden was tot debat over de gegrondheid van het verzoek. Verzet tegen de uitspraken verandert hieraan niets omdat verzet door een andere rechter wordt behandeld.
De beslissing is op 22 maart 2023 door de meervoudige wrakingskamer uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingediend nadat in de betrokken bestuursrechtelijke zaken al een einduitspraak is gedaan.