Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de wederpartijen in de hoofdzaken;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 13 februari 2023 een wrakingsverzoek in tegen mr. D.R. van der Meer in ruim 50 bestuursrechtelijke zaken bij de rechtbank Den Haag, deels waarin hij zelf partij was en deels namens anderen optreedt. Een aanvullend wrakingsverzoek volgde op 5 maart 2023. Eerder ingediende wrakingsverzoeken tegen dezelfde rechter in een aantal zaken waren reeds niet-ontvankelijk verklaard.
De wrakingskamer beoordeelde dat in een aantal zaken al einduitspraak was gedaan, waardoor wraking niet meer mogelijk is. Voor de overige zaken ontbraken concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. Het aanvullende wrakingsverzoek bracht geen nieuwe feiten aan. De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikt om de voortgang van de procedures te frustreren.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en bepaalde dat lopende zaken worden voortgezet zonder verdere behandeling van nieuwe wrakingsverzoeken. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter Van der Meer wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en nieuw wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.