ECLI:NL:RBDHA:2023:16177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens aannemelijke dubbele nationaliteit Armenië en Syrië
Eiseres heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing berust op gegevens uit het Europese visumsysteem (EU-Vis) waaruit blijkt dat eiseres in 2018 vingerafdrukken heeft afgegeven in Koeweit voor een visumaanvraag met een Armeens paspoort, wat duidt op het bezit van de Armeense nationaliteit.
Eiseres betoogt dat zij en haar kinderen uitsluitend de Syrische nationaliteit hebben en dat zij nooit in Koeweit was in 2018. Zij heeft een Syrisch identiteitsbewijs overgelegd en stelt dat het onmogelijk is dat zij het Armeense paspoort heeft gebruikt. Tevens stelt zij dat de staatssecretaris het visumdossier had moeten opvragen.
De rechtbank oordeelt dat de EU-Vis registratie een sterke aanwijzing vormt voor het bezit van de Armeense nationaliteit en dat eiseres onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Het enkel overleggen van een Syrisch identiteitsbewijs sluit een dubbele nationaliteit niet uit. De rechtbank vindt dat eiseres andere middelen had kunnen inzetten om haar stelling te onderbouwen, zoals het benaderen van Armeense autoriteiten.
De staatssecretaris was niet gehouden nader onderzoek te verrichten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.