Eiseres heeft op 29 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn heeft eiseres de staatssecretaris tweemaal in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn, inclusief een verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat de ingebrekestellingen rechtsgeldig waren. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin de overschrijding van beslistermijnen bij gezinsherenigingsaanvragen als een bijzonder geval wordt beschouwd.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van dit vonnis alsnog een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres.