Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres
[nummers]
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende op 12 oktober 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris had op grond van de Vreemdelingenwet binnen 90 dagen moeten beslissen, uiterlijk op 10 april 2023. Na het uitblijven van een besluit stelde eiseres de staatssecretaris op 12 april 2023 in gebreke en stelde vervolgens beroep in op 28 april 2023.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken, de ingebrekestelling rechtsgeldig was en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken zonder besluit. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend en geen bijzondere omstandigheden aangevoerd.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Omdat het beroep gegrond is verklaard, krijgt eiseres vergoeding van het griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.