ECLI:NL:RBDHA:2023:16340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen overdrachtsbesluit aan Duitsland in Dublinprocedure ongegrond verklaard
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar over te dragen aan de Duitse autoriteiten op grond van de Dublinverordening. De overdracht werd gebaseerd op het feit dat Duitsland verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag. Eiseres vreesde onder meer slechte opvangomstandigheden in Duitsland en verwees naar mogelijke schendingen van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten.
De rechtbank oordeelde dat bij een overdrachtsbesluit zonder lopende asielprocedure in Nederland geen toets aan deze artikelen hoeft plaats te vinden. Eiseres had vervolgens een asielaanvraag ingediend die was afgewezen, waarbij deze toets wel had plaatsgevonden. De rechtbank achtte het beroep daarom niet ontvankelijk voor inhoudelijke beoordeling van deze gronden.
Ten aanzien van de medische situatie van eiseres, die mentaal niet gezond is en suïcidale gedachten uit, heeft de rechtbank het standpunt van verweerder getoetst aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Op basis van het dossier en het patiëntendossier concludeerde de rechtbank dat geen bijzondere individuele omstandigheden bestaan die afzien van overdracht rechtvaardigen. De medische situatie kan in Duitsland adequaat worden gemonitord en begeleid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Duitsland wordt ongegrond verklaard.