Eiseres heeft op 20 september 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft zij de staatssecretaris op 12 mei 2023 in gebreke gesteld en op 6 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door de staatssecretaris, is verstreken. Eiseres heeft de ingebrekestelling rechtsgeldig gedaan en de vereiste wachttijd van twee weken na ontvangst daarvan is voorbij. Hierdoor is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op om binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €418,50.
Er is geen verweerschrift ingediend door de staatssecretaris en er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigen. De rechtbank houdt rekening met de zorgvuldigheid van besluitvorming en de bekende achterstanden bij nareisaanvragen, waardoor een termijn van acht weken passend wordt geacht.