Eisers dienden op 28 juli 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, op de aanvraag. Eisers stelden de staatssecretaris op 22 februari 2023 in gebreke en dienden op 20 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval en legt een nadere termijn op waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen.
De staatssecretaris krijgt acht weken om een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, dan geldt een termijn van twintig weken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.