Eisers hebben op 13 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en deze termijn met drie maanden verlengd. Eisers stelden de staatssecretaris op 15 april 2023 in gebreke en dienden op 10 mei 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn heeft overschreden, dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat bij overschrijding van de beslistermijn sprake is van een bijzonder geval volgens artikel 8:55d Awb.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld, in welk geval de termijn twintig weken bedraagt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers.