Eiseres heeft op 6 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft zij de staatssecretaris op 6 april 2023 in gebreke gesteld en op 9 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door de staatssecretaris, is verstreken. De ingebrekestelling was rechtsgeldig en er zijn meer dan twee weken verstreken sinds ontvangst. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met asielvergunninghouders een bijzonder geval is en legt een termijn van acht weken op voor het alsnog beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500, waarvan €1.442 reeds is vastgesteld. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50. Eiseres is vrijgesteld van griffierecht.