Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
regio Haaglanden, locatie: Den Haag
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een vijfjarig kind voor negen maanden en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. Dit vanwege ernstig bedreigde ontwikkeling door sterk zelfbepalend gedrag van het kind dat onvoldoende door de ouders wordt begrensd, wat leidt tot onveilige situaties. De moeder kampt met stress en somberheid door recente ingrijpende levensgebeurtenissen en ontvangt hulpverlening.
Het kind verblijft sinds juni 2023 bij de opa en oma van vaderszijde, waar het kind meer structuur en duidelijkheid krijgt. De ouders zijn in scheiding, wat de situatie complexer maakt. De moeder wil het kind snel terug, maar de kinderrechter acht een gefaseerde terugplaatsing noodzakelijk om blijvende stabiliteit te waarborgen.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en dat de ouders onvoldoende in staat zijn de bedreiging zelfstandig af te wenden. De machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de termijn voor ondertoezichtstelling loopt tot 16 juli 2024, de uithuisplaatsing tot 16 april 2024.
Uitkomst: De kinderrechter stelt het kind onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor respectievelijk negen en zes maanden wegens ernstige bedreiging van de ontwikkeling.