ECLI:NL:RBDHA:2023:16560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon geboren in 2001, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet onverplicht de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de aanvraag wilde overnemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Hij verwees daarbij naar de aanwezigheid van zijn broer in Nederland en gedeelde ervaringen en trauma's. De staatssecretaris heeft deze argumenten echter niet meegewogen, omdat eiser de familieband niet aannemelijk heeft gemaakt en er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een overdracht naar Duitsland onevenredig hard zouden maken.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 17 en Pro dat het besluit voldoende is gemotiveerd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.