Eiser, van Somalische nationaliteit, diende in oktober 2021 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris in februari 2023 werd afgewezen. De staatssecretaris erkende dat eiser weinig weet over zijn herkomstgebied en geen netwerk in Somalië heeft, maar oordeelde dat hij zich zonder ernstig risico in Mogadishu zou kunnen vestigen, conform het binnenlands beschermingsalternatief.
De rechtbank onderzocht de veiligheidssituatie in Mogadishu en concludeerde dat hoewel de situatie zorgelijk is en het aantal burgerslachtoffers is toegenomen door activiteiten van Al-Shabaab, de feitelijke macht in Mogadishu bij de federale autoriteiten ligt en het risico op ernstige schade niet zodanig is dat vestiging uitgesloten is. Dit sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Echter, de rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van eiser, die sinds zijn zesde in het buitenland is opgegroeid, zonder netwerk is en zijn herkomstgebied niet kent, verwacht kan worden dat hij zich in Mogadishu kan vestigen. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.