Eiser, een Somalische man geboren in 2003, vluchtte vanwege dreiging van Al-Shabaab na een rekruteringspoging en de onthoofding van zijn vader. Hij vroeg asiel aan in Nederland, maar de staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn verhaal en het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief in Mogadishu.
De rechtbank behandelde het beroep op 12 december 2023 en oordeelde dat de verklaringen van eiser niet stroken met de landeninformatie over Al-Shabaab, die stelt dat gedwongen rekrutering slechts uitzonderlijk voorkomt en de methoden afwijken van het relaas van eiser. Ook de extreme escalatie in het verhaal en onduidelijkheden over hoe Al-Shabaab aan persoonlijke gegevens kwam, ondermijnen de geloofwaardigheid.
Verder stelde de staatssecretaris dat terugkeer naar Mogadishu veilig is, ondanks de aanwezigheid van Al-Shabaab, omdat Mogadishu buiten het gebied van herkomst ligt en eiser zich daar kan vestigen. De rechtbank volgde dit standpunt, ook al erkende zij dat de veiligheidssituatie verslechterd is, omdat eiser onvoldoende individuele omstandigheden had aangetoond die een reëel risico op ernstige schade rechtvaardigen.
Ten slotte verwierp de rechtbank het betoog dat Mogadishu geen binnenlands beschermingsalternatief is vanwege clanverhoudingen en het ontbreken van contact met zijn oom. De staatssecretaris had aannemelijk gemaakt dat eiser zich op basis van zijn clanafkomst en eerdere verblijf in Mogadishu kan handhaven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.