Eiser, een Iraanse vreemdeling, verzocht op 31 oktober 2022 om uitstel van vertrek op grond van medische omstandigheden. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medisch Advisering (BMA) waarin werd vastgesteld dat eiser in staat is te reizen en dat noodzakelijke medische zorg in Iran beschikbaar is.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij vanwege het ontbreken van een sociaal netwerk en de afstand tot de behandellocatie in Teheran feitelijk geen toegang heeft tot de benodigde medische zorg. Hij verwees naar jurisprudentie waarin afstand een zwaarwegende factor is bij de beoordeling van feitelijke toegankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd over zijn financiële situatie en de feitelijke ontoegankelijkheid van medische zorg. De enkele stelling dat hij geen sociaal netwerk heeft, volstaat niet. Ook het argument dat het BMA-advies alleen Teheran noemt, is niet doorslaggevend omdat dit geen uitputtende lijst is.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. van Schagen op 17 oktober 2023 te Arnhem.