ECLI:NL:RVS:2021:2799
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat staatssecretaris identiteit vreemdeling moet betrekken bij beoordeling medische zorg toegankelijkheid
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag om uitstel van vertrek naar Afghanistan, omdat de staatssecretaris niet heeft onderzocht of hij toegang heeft tot noodzakelijke medische zorg. De staatssecretaris baseerde zijn besluit op het ontbreken van originele documenten ter staving van identiteit en nationaliteit, zoals voorgeschreven in paragraaf A3/7.1.5. van de Vreemdelingenwet- en regelgeving.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het ontbreken van originele documenten niet automatisch betekent dat de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg niet onderzocht hoeft te worden, zeker niet wanneer de identiteit en nationaliteit in een eerdere asielprocedure geloofwaardig zijn bevonden. Het beleid van de staatssecretaris dat zonder originele documenten geen inhoudelijke beoordeling kan plaatsvinden, wordt niet in alle gevallen gevolgd.
De Afdeling vernietigt het besluit van 26 september 2019 en het vonnis van de rechtbank Den Haag, omdat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in dit geval originele documenten noodzakelijk zijn. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de eerder vastgestelde geloofwaardigheid van identiteit en nationaliteit wordt betrokken.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een persoonlijke toets bij de beoordeling van medische zorgtoegankelijkheid en sluit aan bij jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, met name het arrest Paposhvili.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van uitstel van vertrek is vernietigd.