Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet. Hij voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, mede vanwege een niet-beantwoorde laissez-passer-aanvraag en gewijzigde omstandigheden door een aardbeving. Tevens stelde hij dat het bewaringsregime in het detentiecentrum Rotterdam gelijkstaat aan strafrechtelijke detentie en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank stelde vast dat verweerder voortvarend handelt door frequente rappelleringen bij de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. Ook is het onttrekkingsrisico nog steeds aanwezig, waardoor geen lichter middel passend is.
De rechtbank verwierp de stellingen over het bewaringsregime en verwees naar eerdere uitspraken waarin dit reeds was beoordeeld. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel van onrechtmatigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.