ECLI:NL:RBDHA:2023:16621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herhaalde aanvraag afgeleid verblijfsrecht wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser diende op 3 juli 2018 een eerste aanvraag in voor een document dat een afgeleid verblijfsrecht aantoont, welke op 5 maart 2019 werd afgewezen vanwege gevaar voor de openbare orde. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een afwijzing van het beroep door de rechtbank en Raad van State, diende eiser op 20 juli 2021 een herhaalde aanvraag in. De staatssecretaris wees deze opnieuw af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen.
Eiser stelde dat nieuwe medische en gezinsgerelateerde stukken van Limor en GGZ Delfland wel als nieuwe feiten moesten worden beschouwd en voerde aan dat de staatssecretaris een onjuist begrip van openbare orde hanteerde. De rechtbank oordeelde dat deze stukken geen relevante nieuwe feiten bevatten en dat het betoog van eiser een herhaling was van eerdere argumenten. De aanvullende stukken die in beroep werden ingediend, werden niet meegenomen vanwege de ex-tunc beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond was en wees het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas en griffier D. Steenbeek op 1 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag wordt ongegrond verklaard en afgewezen.