Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of (vervolgens) door te laden en/of op en/of in de richting van die opsporingsambtenaar F975 te richten en/of houden
en/of
- (daarbij) dreigend tegen die opsporingsambtena(a)r(en) F975 en/of F976 te zeggen: ‘Stap nu die auto uit of ik schiet je door je kankerhoofd’ en/of ‘Jij ook
instappen, anders druk ik deze tegen je aan en schiet ik je’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking
kunnen leiden:
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of (vervolgens) door te laden en/of op en/of in de richting van die opsporingsambtenaar F975 te richten en/of houden
en/of
- (daarbij) dreigend tegen die opsporingsambtena(a)r(en) F975 en/of F976 te zeggen: ‘Stap nu die auto uit of ik schiet je door je kankerhoofd’ en/of ‘Jij ook instappen, anders druk ik deze tegen je aan en schiet ik je’, althans woorden van
gelijke dreigende aard en/of strekking
3.De bewijsbeslissing
[naam](rechtbank: F975) bericht “
Hij komt met die taxi dus stap gewoon netje is. Kijk die ding tel die geld en ga door meld me als is gelukt.”
waar is hij”en reageert [medeverdachte 1] met “
hijs daar”. Een paar minuten later zegt [medeverdachte 1] “
broer/wat rijden jullie weg man/faka”en vervolgens “
ze hebben niks man, hij zweer in het hindoestaans”, waarop [medeverdachte 3] antwoord met “ik weet”. Waarna [medeverdachte 1] weer reageert met “
jer moet instapen en dan tellen en dan gnw uitstappen en zeggen wacht die torie komt er aan.”
- een vuurwapen te tonen en vervolgens door te laden in de richting van die opsporingsambtenaar F975 te richten en/of houden en
- daarbij dreigend tegen die opsporingsambtenaren F975 en F976 te zeggen: ‘Stap nu die auto uit of ik schiet je door je kankerhoofd’ en ‘Jij ook instappen, anders druk ik deze tegen je aan en schiet ik je’.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
30 (dertig) MAANDEN;