Eiseres maakte bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van negentien weken een beslissing op het bezwaar genomen. Eiseres stelde verweerder vervolgens in gebreke en diende daarna een beroepschrift in.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De beslistermijn is door herstelverzuim en verlenging overschreden, waarna eiseres tijdig een ingebrekestelling en beroep heeft ingediend.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €7.500,- voor elke dag dat verweerder te laat is met beslissen. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, en het door eiseres betaalde griffierecht van €184,-. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.