ECLI:NL:RBDHA:2023:16711

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
NL23.9017 en NL23.10267
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 42, vierde lid, aanhef en onder b, VwWBV 2022/22
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen bij asielaanvraag

Eiseres heeft twee beroepen ingediend tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft deze beroepen samengevoegd vanwege hun onderlinge samenhang en het onderzoek zonder zitting gesloten.

De kern van het geschil betreft de vraag of de beslistermijn voor de asielaanvraag van eiseres geldig is verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is. Eiseres betwist dat haar aanvraag onder dit besluit valt, omdat zij stelt de aanvraag op 7 september 2022 te hebben ingediend, terwijl verweerder stelt dat dit 20 september 2022 was.

De rechtbank volgt verweerder en stelt vast dat eiseres haar standpunt niet heeft onderbouwd. Hierdoor valt haar aanvraag binnen de verlengde beslistermijn en moet verweerder uiterlijk 20 december 2023 beslissen. De ingebrekestellingen van 9 en 20 maart 2023 zijn daarom prematuur en voldoen niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid van het beroep.

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen en geldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.9017 en NL.23.10267
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Thelosen),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen van 24 maart 2023 en 5 april 2023 die eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).
Gezien de onderlinge samenhang ziet de rechtbank aanleiding om de beroepen gevoegd te behandelen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2023. Eiseres heeft op 20 september 2022 haar asielaanvraag schriftelijk ondertekend. Eiseres betwist dat zich een situatie voordoet als
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
bedoelt in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiseres vindt daarom dat verweerder met de WBV 2022/22 de beslistermijn niet geldig heeft verlengd en dat zij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. Eiseres verzoekt de rechtbank de beroepen gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en hier een rechterlijke dwangsom aan te verbinden.
4. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank verwijst voor de motivering naar de uitspraak van deze rechtbank van 24 maart 2023.4 Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2022/22 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Uit het dossier blijkt dat eiseres op 20 september 2022 haar asielaanvraag schriftelijk heeft ondertekend. Eiseres heeft haar standpunt dat zij de aanvraag op 7 september 2022 heeft ingediend niet onderbouwd. De rechtbank volgt dit standpunt daarom niet en gaat er in het vervolg van de uitspraak vanuit dat eiseres op 20 september 2022 haar asielaanvraag heeft ingediend. Dit betekent dat de asielaanvraag van eiseres onder het toepassingsbereik van de WBV 2022/22 valt. De beslistermijn in haar zaak is dus met negen maanden is verlengd en verweerder moet uiterlijk op 20 december 2023 op de aanvraag beslissen. De ingebrekestelling van 9 maart 2023, ontvangen op 11 maart 2023 en de ingebrekestelling van 20 maart 2023 zijn prematuur ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van V.M. de Waard, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 juni 2023

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.