ECLI:NL:RBDHA:2023:16711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen bij asielaanvraag
Eiseres heeft twee beroepen ingediend tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft deze beroepen samengevoegd vanwege hun onderlinge samenhang en het onderzoek zonder zitting gesloten.
De kern van het geschil betreft de vraag of de beslistermijn voor de asielaanvraag van eiseres geldig is verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is. Eiseres betwist dat haar aanvraag onder dit besluit valt, omdat zij stelt de aanvraag op 7 september 2022 te hebben ingediend, terwijl verweerder stelt dat dit 20 september 2022 was.
De rechtbank volgt verweerder en stelt vast dat eiseres haar standpunt niet heeft onderbouwd. Hierdoor valt haar aanvraag binnen de verlengde beslistermijn en moet verweerder uiterlijk 20 december 2023 beslissen. De ingebrekestellingen van 9 en 20 maart 2023 zijn daarom prematuur en voldoen niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestellingen en geldige verlenging van de beslistermijn.