ECLI:NL:RBDHA:2023:1675
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende op 19 juli 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 9 mei 2022 al een asielaanvraag in Spanje had ingediend. Spanje is daarom verantwoordelijk voor de behandeling op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet geldt vanwege zijn gedwongen detentie, gebrek aan adequate opvang en hulp, en het ontbreken van redelijke termijn voor gezinshereniging. Ook stelde hij dat hij nooit asiel in Spanje wilde aanvragen.
De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat en dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in dit te weerleggen met bewijs. Zijn persoonlijke ervaringen en stellingen werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank benadrukte dat de Dublinprocedure niet bedoeld is om gezinshereniging te beoordelen en dat eiser klachten hierover in Spanje moet indienen.
Er waren geen omstandigheden die verweerder noopten de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.