ECLI:NL:RBDHA:2023:1675

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 februari 2023
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
NL23.446
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 18, eerste lid, onder b, DublinverordeningArt. 17 DublinverordeningVreemdelingenwet 2000Verordening nr. (EU) 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen

Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende op 19 juli 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 9 mei 2022 al een asielaanvraag in Spanje had ingediend. Spanje is daarom verantwoordelijk voor de behandeling op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening.

Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet geldt vanwege zijn gedwongen detentie, gebrek aan adequate opvang en hulp, en het ontbreken van redelijke termijn voor gezinshereniging. Ook stelde hij dat hij nooit asiel in Spanje wilde aanvragen.

De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat en dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in dit te weerleggen met bewijs. Zijn persoonlijke ervaringen en stellingen werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank benadrukte dat de Dublinprocedure niet bedoeld is om gezinshereniging te beoordelen en dat eiser klachten hierover in Spanje moet indienen.

Er waren geen omstandigheden die verweerder noopten de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.446

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De gemachtigde van eiser heeft op 13 januari 2023 medegedeeld geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling en geen bewaar te hebben tegen een schriftelijke afdoening.
Desgevraagd heeft verweerder zich met een schriftelijke behandeling akkoord verklaard. Daarbij heeft verweerder tevens een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1984 en heeft Jemenitische nationaliteit. Op 19 juli 2022 heeft eiser een asielaanvraag ingediend.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw [1] . Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 9 mei 2022 in Spanje een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Spanje verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening [2] . Op 5 september 2022 zijn de autoriteiten van Spanje hiermee akkoord gegaan.
3. Eiser stelt dat ten aanzien van Spanje niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Ter onderbouwing voert hij aan dat hij in Spanje tegen zijn wil is vastgehouden en dat hij in Spanje geen adequate opvang of hulp kan krijgen. Daarom is klagen bij voorbaat zinloos. Ook heeft eiser nooit asiel in Spanje willen aanvragen. Tot slot is gezinshereniging in Spanje niet mogelijk binnen een redelijke termijn. Verweerder had daarom toepassing moeten geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat eiser in Spanje een asielaanvraag heeft ingediend. Daarom staat de verantwoordelijkheid van Spanje vast op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening. Hierbij is de intentie van eiser niet van belang.
5. Verweerder mag in beginsel ten aanzien van Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is recentelijk door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd. [3] Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Eiser is hier niet in geslaagd. Zo heeft eiser zijn stellingen zijn niet met documenten onderbouwd. Ook de gestelde eigen ervaringen van eiser leiden niet tot een ander oordeel, nu uit zijn aanmeldgehoor blijkt dat hij in Spanje opvang heeft gekregen en asiel heeft kunnen aanvragen. Ook de stelling dat gezinshereniging in Spanje niet binnen redelijke termijn mogelijk is leidt niet tot een ander oordeel. De Dublinprocedure is namelijk niet bedoeld om te beoordelen of gezinshereniging mogelijk is. Bij voorkomende problemen dient eiser te klagen bij de daartoe bestemde autoriteiten in Spanje. Niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk is.
6. Verder is niet gebleken van andere omstandigheden waarin verweerder aanleiding heeft hoeven zien de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken, met toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening nr. (EU) 604/2013.