ECLI:NL:RBDHA:2023:1678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker heeft op 5 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 juli 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog op 19 september 2022 een beslissing genomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevorderd.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, vergoeding van proceskosten kan worden toegewezen. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen.
De rechtbank acht het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten. Dit bedrag is berekend op basis van één punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van €837, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.