Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend. Verzoeker diende vervolgens verzet in tegen deze uitspraak. De staatssecretaris nam later een inwilligend besluit op de asielaanvraag. Verzoeker trok daarop het verzet in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het beroep niet-ontvankelijk was verklaard en het verzet werd ingetrokken voordat de rechtbank uitspraak deed, was er geen tegemoetkoming door de staatssecretaris aan verzoeker. Hierdoor zag de rechtbank geen grond voor proceskostenveroordeling.
Op grond hiervan werd het verzoek om vergoeding van proceskosten als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van een tegemoetkoming door de staatssecretaris.