ECLI:NL:RBDHA:2023:16803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft vastgesteld dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser in Oostenrijk een asielverzoek heeft ingediend, hetgeen voldoende bewijs vormt voor de verantwoordelijkheid van Oostenrijk. Het verweer van eiser dat hij niet vrijwillig zijn vingerafdrukken heeft afgegeven en geen asielverzoek heeft ingediend, wordt niet gevolgd.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor wordt aangenomen dat Oostenrijk de asielprocedure in overeenstemming met internationale verplichtingen uitvoert. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit niet het geval is, ondanks verwijzing naar rapporten over pushbacks.
Ook het beroep op bijzondere omstandigheden, zoals zijn relatie met een partner in Nederland, leidt niet tot een uitzondering op de overdracht. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn onderbouwd om onevenredige hardheid aan te nemen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser kan worden overgedragen aan Oostenrijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is.