ECLI:NL:RBDHA:2023:16831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de vraag of de ingebrekestelling van eiser rechtsgeldig was. Sinds 27 september 2022 geldt het besluit WBV 2022/22, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet waren verstreken op die datum met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling op 8 mei 2023 niet prematuur was.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn onder WBV 2022/22 terecht is toegepast. Aangezien eiser zijn aanvraag op 2 november 2022 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde termijn, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 2 februari 2024. De ingebrekestelling van 8 mei 2023 is daarmee te vroeg ingediend, waardoor niet aan de voorwaarden voor beroep is voldaan.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier De Waard op 27 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.