ECLI:NL:RBDHA:2023:16854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is sinds 6 maart 2023 van kracht en is meerdere malen verlengd. Eiser betwist de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel en voert aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, mede vanwege onduidelijkheid over zijn nationaliteit en het ontbreken van zicht op uitzetting.
De rechtbank stelt vast dat de nationaliteit van eiser niet definitief vaststaat, aangezien hij wisselende verklaringen heeft afgelegd over zijn Marokkaanse en Algerijnse nationaliteit. De staatssecretaris heeft tijd gekregen om dit te onderzoeken en heeft een laissez-passer-aanvraag ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten, met regelmatige rappels. Een aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten is niet verplicht zolang eiser zijn Algerijnse nationaliteit niet met documenten onderbouwt.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen reden is om aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De lopende aanvraag bij Marokko en het ontbreken van een negatieve reactie van de Marokkaanse autoriteiten ondersteunen dit. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard en de voortzetting van de maatregel van bewaring blijft rechtmatig. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het voortduren van de maatregel van bewaring is rechtmatig.