ECLI:NL:RBDHA:2023:8747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag beoordeelt het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was reeds eerder getoetst op 27 maart 2023 en werd toen als rechtmatig beoordeeld.
De staatssecretaris heeft op 2 juni 2023 een vervolgkennisgeving ingediend omdat 75 dagen waren verstreken zonder dat beroep was ingesteld tegen het voortduren van de maatregel. De rechtbank kwalificeert deze kennisgeving als een beroep en toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel. Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting, met name door het ontbreken van overleg met de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat uit de voortgangsrapportage blijkt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend is geweest, onder meer door meerdere vertrekgesprekken met eiser en gerappelleer aan de Marokkaanse autoriteiten. Ook het feit dat eiser ontkent Marokko te zijn en zich als Algerijn presenteert, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel van bewaring te beëindigen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft gehandhaafd.