Eiser heeft op 27 november 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft eiser op 15 juni 2023 verweerder in gebreke gesteld en op 27 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. Eiser heeft rechtsgeldig ingebrekestelling gedaan en de wettelijke termijn voor het indienen van beroep is verstreken. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat de overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met asielvergunninghouder een bijzonder geval is, en legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500, waarvan een bedrag van €1.442,- reeds is vastgesteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Boerlage-van den Bosch en griffier F.Q. Peters en is geanonimiseerd gepubliceerd.