Eiseres heeft op 20 december 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en heeft deze termijn met drie maanden verlengd. Eiseres heeft de staatssecretaris op 30 juni 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 20 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken, dat eiseres de ingebrekestelling rechtsgeldig heeft gedaan en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep kennelijk gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn in soortgelijke zaken sprake is van een bijzonder geval en legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.