Eiseres, een Iraanse nationaliteit houdende vrouw, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om haar meerderjarige zoon in Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf en twijfel over tijdige terugkeer.
Tijdens de bezwaarprocedure heeft de minister nagelaten eiseres te horen, ondanks dat zij onvoldoende informatie had verstrekt over haar economische binding met Iran en het doel van het verblijf. De rechtbank oordeelt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te voldoen aan de hoorplicht zoals voorgeschreven in de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank stelt vast dat een hoorzitting duidelijkheid had kunnen verschaffen over onduidelijkheden, zoals de aard van het bedrijf waarvoor eiseres werkt en de reden voor het aanvragen van een meervoudig visum. Ook het verzoek van eiseres om gehoord te worden is niet in aanmerking genomen.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt de minister binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres en/of haar zoon gehoord moeten worden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.