ECLI:NL:RVS:2021:2865
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf Oekraïense vreemdeling wegens schending hoorplicht
De vreemdeling uit Oekraïne verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar meerderjarige dochter te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek bij besluit van 14 januari 2020 af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd op 18 september 2020 ongegrond verklaard zonder haar te horen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris haar had moeten horen in de bezwaarfase, omdat dit essentieel was voor een volledige bestuurlijke heroverweging, mede gelet op haar persoonlijke omstandigheden en het betoog over het bestaan van gezinsleven.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het niet horen in bezwaar niet tot nadeel had geleid, omdat de vreemdeling haar standpunt wel in de beroepsfase mondeling kon toelichten. De Raad stelde dat het belang van de hoorplicht in bezwaar specifiek is en dat de staatssecretaris de vreemdeling alsnog moet horen alvorens een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar werden vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, uitspraak rechtbank en besluit staatssecretaris worden vernietigd, en de vreemdeling moet in bezwaar worden gehoord.