ECLI:NL:RBDHA:2023:16976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens juiste bekendmaking ongegrond verklaard
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 7 juni 2023, waarin zijn beroep tegen het intrekkingsbesluit van 2 juli 2019 kennelijk ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil betreft de vraag of het besluit op juiste wijze bekend is gemaakt, aangezien opposant stelt dat hij de brief niet heeft ontvangen en dat het besluit niet aan zijn gemachtigde is toegezonden.
De rechtbank overweegt dat het verzet zich beperkt tot de vraag of de rechtbank terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Uit de verzendadministratie blijkt dat het besluit op 3 juli 2019 naar het laatst bekende adres van opposant in Nederland is verzonden, wat volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak een geschikte wijze van bekendmaking is. Opposant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij het besluit niet heeft ontvangen.
Nieuwe gronden in het verzet, waaronder het betoog dat het besluit ook bij terugkeer in Nederland bekend had moeten worden gemaakt en dat publicatie in de Staatscourant had moeten plaatsvinden, leiden niet tot twijfel over de uitkomst. De rechtbank bevestigt dat het besluit op juiste wijze is bekendgemaakt en verklaart het verzet ongegrond. De uitspraak van 7 juni 2023 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van 7 juni 2023 blijft in stand.