ECLI:NL:RBDHA:2023:16989

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
NL23.32390
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 94 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding

De rechtbank Den Haag heeft op 27 oktober 2023 uitspraak gedaan over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op 11 juli 2023 op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was eerder getoetst bij uitspraak van 8 augustus 2023, waarbij de rechtmatigheid tot dat moment was bevestigd.

De staatssecretaris verzocht de rechtbank om te beoordelen of de maatregel van bewaring kan voortduren, omdat het beroep van eiser langer dan 75 dagen geleden was ingesteld. De rechtbank beschouwde deze vervolgkennisgeving als een nieuw beroep en toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 1 augustus 2023.

Eiser stelde vraagtekens bij het zicht op uitzetting naar Nigeria, omdat hij geen inzicht had in de presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat dit niet leidde tot onrechtmatigheid, mede omdat eiser zelf de presentatie had gefrustreerd door niet te verschijnen. De rechtbank vond geen gronden om de maatregel onrechtmatig te verklaren.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.32390

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2023 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. H. Loth),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het voortduren van de aan eiser opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 11 juli 2023.
1.1.
De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 8 augustus 2023. [1]
1.2.
De staatssecretaris heeft de rechtbank op 12 oktober 2023 laten weten dat het langer dan 75 dagen geleden is dat eiser beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarom heeft de staatssecretaris verzocht om te beoordelen of de bewaring kan voortduren (de vervolgkennisgeving). Daarbij heeft de staatssecretaris een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft op die voortgangsrapportage gereageerd.
1.3.
De rechtbank heeft de zaak op 24 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank merkt de vervolgkennisgeving aan als een beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Uit artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 volgt dat de vreemdeling geacht wordt beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zodra de rechtbank de (eerste) kennisgeving heeft ontvangen. Omdat de vervolgkennisgeving (nog) niet in de Nederlandse wet- of regelgeving is opgenomen, past de rechtbank deze regel op overeenkomstige wijze toe op de vervolgkennisgeving.
3. De rechtbank beoordeelt daarom of het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is. Zij doet dat onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. Het beroep is ongegrond. Het voortduren van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Toetsingskader
5. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 of bij de afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, dan verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. [2]
5.1.
Uit de uitspraak van 8 augustus 2023 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 1 augustus 2023) rechtmatig is.
Is het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig?
6. Eiser stelt vraagtekens bij het zicht op uitzetting naar Nigeria, omdat hij geen zicht heeft op de bevindingen van de presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten.
6.1.
Dit leidt niet tot onrechtmatigheid van het voortduren van de maatregel. De staatssecretaris heeft op de zitting toegelicht dat eiser op 12 oktober 2023 niet is verschenen bij de presentatie in persoon bij de Nigeriaanse autoriteiten. Dit staat in de voortgangsrapportage. Dat daar ook staat vermeld dat deze presentatie is doorgegaan is een misslag. Volgens de staatssecretaris heeft eiser deze presentatie zelf gefrustreerd, waardoor de presentatie niet heeft kunnen plaatsvinden. Dit wordt door eiser niet betwist. De staatssecretaris wijst er op dat er nog geen nieuwe datum voor een volgende presentatie is, maar dat hiertoe wel gerappelleerd wordt.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. [3]

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de inbewaringstelling van eiser rechtmatig is en de staatssecretaris geen schadevergoeding aan eiser hoeft te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond.
  • wijst het verzoek voor schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr.S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Rb. Den Haag (zp. Arnhem) 8 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12356.
2.Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.
3.Vergelijk de uitspraak van de ABRvS van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.