ECLI:NL:RBDHA:2023:12356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 8 augustus 2023 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring van 11 juli 2023 beoordeeld. Eiser was aangehouden wegens reizen zonder geldig identiteits- en vervoersbewijs en moest DNA afstaan vanwege een eerdere veroordeling. De staatssecretaris stelde eiser in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege risico op onttrekking aan toezicht en belemmering van de uitzettingsprocedure.
Eiser voerde aan dat zijn aanhouding onrechtmatig was en dat hij enkel was vergeten in te checken bij het openbaar vervoer. De rechtbank oordeelde dat de maatregel geen straf is voor het reizen zonder vervoersbewijs, maar een maatregel ter bescherming van de openbare orde en het toezicht op terugkeer. Daarnaast stelde eiser dat er geen geldig terugkeerbesluit zou zijn, maar de rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit van 21 januari 2021 en het aanvullende besluit van 11 juli 2023 rechtsgeldig zijn uitgereikt.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat eiser geen schadevergoeding toekomt. Verder achtte de rechtbank de overige aangevoerde gronden niet relevant voor de beoordeling van de maatregel van bewaring, maar passend binnen een procedure over de verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.