Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd ingewilligd, maar waarbij de geboortedatum werd vastgesteld op meerderjarige leeftijd. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is met betrekking tot de vaststelling van de meerderjarige leeftijd, hetgeen een motiveringsgebrek oplevert en vernietiging van het besluit rechtvaardigt.
De staatssecretaris heeft in een aanvullend besluit de meerderjarige leeftijd alsnog gemotiveerd, waarbij werd gewezen op de registratie in Italië en de toepassing van de Werkinstructie 2018/19. Eiser had een doopakte overgelegd die minderjarigheid zou aantonen, maar deze werd niet als officieel geboortebewijs erkend en kon niet inhoudelijk worden beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht uitgaat van de meerderjarige leeftijd, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand uit oogpunt van definitieve geschilbeslechting. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van eiser.