ECLI:NL:RBDHA:2023:17049

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
22_6418
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet WOZ
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde van onroerende zaak afgewezen

Eiseres, eigenaar van een restaurant met bouwjaar 1875, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak op €720.000, stellende dat de waarde te hoog was en pleitte voor een waarde van €599.000.

De rechtbank oordeelt dat verweerder de waarde aannemelijk heeft gemaakt en dat de door eiseres aangevoerde argumenten, waaronder een hogere coronakorting en leegstandsrisico, onvoldoende zijn onderbouwd. Verweerder heeft bovendien alle relevante stukken, zoals het taxatierapport en gegevens van vergelijkingsobjecten, overgelegd.

De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het ongegrond. Tevens wordt het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, aangezien de termijn van twee jaar niet is overschreden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €720.000 is ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 22/6418

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van8 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 11 oktober 2022 op het bezwaar van eiseres tegen de beschikking van 11 februari 2022 (de beschikking) waarbij de waarde van de onroerende zaak aan de [adres] te [plaats] (de onroerende zaak) op de voet van artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is vastgesteld op € 720.000.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2023.
Namens eiseres is de gemachtigde verschenen Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [man 1], [man 2] en [man 3].

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een vergoeding om immateriële schade af.

Overwegingen

1. De beschikking heeft betrekking op waardepeildatum 1 januari 2021 en het belastingjaar 2022. Met de beschikking is ook de aan eiser opgelegde aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022 (de aanslag) bekendgemaakt. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar heeft verweerder de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
2. Eiseres is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een restaurant met bouwjaar 1875. De kelder/berging heeft een oppervlakte van 98 m², het restaurant van 145 m², de keuken van 55 m², de toiletten van 25 m², de verkeersruimte van 27 m², de opslagruimte van 25 m² en de entresol restaurant van 79 m².
3. In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum. Eiseres bepleit een waarde van € 599.000.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met wat hij heeft aangevoerd aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Wat eiseres daartegen heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft in haar stukken volstaan met algemene stellingen waarvan niet duidelijk is of ze op de zaak betrekking hebben en het enkel stellen ter zitting dat recht bestaat op een hogere coronakorting en leegstandsrisico is onvoldoende.
5. Ook de stelling van eiseres dat verweerder niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, volgt de rechtbank niet. Uit de gedingstukken blijkt dat verweerder bij het verweerschrift de door eiseres genoemde stukken, zoals het taxatieverslag en de niet geanonimiseerde gegevens van de vergelijkingsobjecten, heeft ingebracht. Aan de grief van eiseres dat de grondstaffels niet zijn overgelegd, gaat de rechtbank voorbij, omdat verweerder bij de waardering van de onroerende zaak geen grondstaffels heeft gebruikt. De overige door eiseres genoemde stukken, waaronder een up-to-date leegstand- annex marktanalyse, gegevens uit het kadaster en gegevens over de waardering van de onroerende zaak in eerdere- en latere jaren - zijn geen op de zaak betrekking hebbende stukken. Bovendien is verweerder niet verplicht om een taxatierapport met betrekking tot de waarde van de onroerende zaak in te brengen, zodat aan het ontbreken daarvan geen gevolgen zijn verbonden.
6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwegen, is het beroep ongegrond verklaard.
7. Het verzoek van eiseres om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wijst de rechtbank af. Het bezwaar is op
9 februari 2022 door verweerder ontvangen, zodat de redelijke termijn van twee jaar ten tijde van deze uitspraak niet is overschreden.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
8 november 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).