ECLI:NL:GHDHA:2024:1885
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardevaststelling restaurant volgens Wet WOZ door Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, eigenaar van een restaurant, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van €720.000 die de Heffingsambtenaar had vastgesteld voor het kalenderjaar 2022. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de Rechtbank Den Haag, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatieverslag en een matrix met verkoopgegevens van vergelijkbare horecapanden in dezelfde plaats. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld en stelde een lagere waarde van €599.000 voor, onder meer vanwege een hogere coronakorting en leegstandsrisico.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar, en de transactiecijfers ondersteunden de vastgestelde waarde. De door belanghebbende aangevoerde argumenten, waaronder een hogere coronakorting en leegstandsrisico, waren onvoldoende concreet en onderbouwd.
Ook de klacht over het ontbreken van bepaalde stukken faalde, omdat de Heffingsambtenaar geen gebruik maakte van de HWK-methode in hoger beroep en geen verplichting bestond om openbare kadastrale gegevens in te brengen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €720.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.