ECLI:NL:RBDHA:2023:17059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinterugname naar Oostenrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat eiser geen beroep kan doen op de verantwoordelijkheidscriteria uit hoofdstuk III van de Dublinverordening, omdat het hier een terugnamesituatie betreft. Eiser voerde aan dat hij een exclusieve partnerrelatie heeft met een in Nederland verblijvende partner die internationale bescherming geniet en dat hij haar moet ondersteunen bij de opvoeding van haar minderjarige kinderen die nog moeten nareizen. Dit huwelijk is echter niet wettelijk aangetoond en de staatssecretaris mocht zich op het standpunt stellen dat deze omstandigheden geen reden zijn om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank stelt vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Oostenrijk niet is betwist en niet is gebleken van structurele tekortkomingen in de asielprocedure aldaar. De staatssecretaris heeft zijn beslissing voldoende gemotiveerd en het beroep is daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.