ECLI:NL:RBDHA:2023:1713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en proceskostenvergoeding
Eiser heeft op 27 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De staatssecretaris heeft op 29 juli 2022 het asielverzoek ingewilligd. Ondanks dit besluit handhaafde eiser zijn beroep. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is nu het besluit is genomen en eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling daarvan. Het beroep tegen het besluit zelf is ongegrond, omdat eiser zich niet langer verzet tegen het ontbreken van een bestuurlijke dwangsom, mede gelet op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris wel tot betaling van proceskosten van €418,50 aan eiser wegens het niet tijdig beslissen. Een extra vergoeding voor aanvullende beroepsgronden wordt niet toegekend vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. De uitspraak is gedaan door rechter L. Willems-Keekstra en griffier M.J.C. ten Hoopen.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, beroep tegen besluit ongegrond, staatssecretaris veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €418,50.