ECLI:NL:RBDHA:2023:17143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast op Oostenrijk vanwege onvoldoende voorzieningen en het risico op indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat Oostenrijk verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, mede gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser kon onvoldoende aannemelijk maken dat hij in Oostenrijk niet adequaat beschermd zou worden of dat er sprake is van een reëel risico op indirect refoulement.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.