ECLI:NL:RBDHA:2023:1715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekster aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Libanese asielzoekster, diende op 3 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Frankrijk had een geldig visum verleend en stemde in met de overdracht.
Eiseres voerde aan dat zij in Frankrijk wordt gediscrimineerd, bang is en op straat heeft geslapen. Zij verwees naar rapporten en medische problemen en stelde dat Nederland haar asielaanvraag had moeten behandelen. De rechtbank stelde vast dat Frankrijk verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank oordeelde dat de problemen in Frankrijk niet zodanig ernstig zijn dat overdracht een reëel risico op schending van fundamentele rechten oplevert. Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht zouden verhinderen, zoals ernstige medische problematiek of belangen van minderjarige kinderen die uit elkaar zouden worden gehaald.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiseres klachten over discriminatie of opvangproblemen bij Franse autoriteiten kan indienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.