ECLI:NL:RBDHA:2023:1292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar dit verzoek werd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De Nederlandse autoriteiten hebben op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel Frankrijk verzocht om de asielaanvraag over te nemen, wat Frankrijk heeft aanvaard.
Eiser voerde aan dat zijn vrouw en dochter in Frankrijk zijn gediscrimineerd vanwege het dragen van een hoofddoek en dat de situatie voor vluchtelingen in Frankrijk mensonterend is, met slechte opvang en lange, strenge asielprocedures. Tevens stelde hij dat hij naar Nederland wilde vanwege meer tolerantie en omdat zijn broer daar verblijft, wat een bijzondere individuele omstandigheid vormt.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen schendt of dat er een reëel risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de familieband met zijn broer een reden is om af te wijken van de Dublinverordening.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek af zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.