ECLI:NL:RBDHA:2023:17226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor gezinsleven met Nederlandse partner en kinderen
Eiser, van Somalische nationaliteit en met een verblijfsvergunning in Italië, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland om gezinsleven met zijn Nederlandse partner en kinderen te kunnen voeren. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet in aanmerking komt voor vrijstelling op grond van het arrest Chavez-Vilchez, artikel 8 EVRM Pro of de hardheidsclausule.
Eiser voerde aan dat de omstandigheden voor statushouders in Italië mensonterend zijn en dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met medische verklaringen en de Nederlandse nationaliteit en geworteldheid van zijn gezin. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser zijn rechten in Italië moet effectueren. De belangenafweging viel in redelijkheid in het nadeel van eiser uit, mede omdat hij zonder mvv in Nederland verbleef en geen sterke binding met Nederland heeft.
De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een andere belangenafweging rechtvaardigen. De medische situatie van de partner en haar moeder rechtvaardigt geen afwijking, en er bestaat geen objectieve belemmering om het gezinsleven in Italië uit te oefenen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.