ECLI:NL:RBDHA:2023:17236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen verlenging vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die in vreemdelingenbewaring zit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot verlenging van zijn bewaring met maximaal twaalf maanden op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging is voldaan, waaronder het ontbreken van medewerking aan uitzetting en het bestaan van zicht op uitzetting.
De rechtbank constateert dat eiser niet beschikt over geldige reisdocumenten en onvoldoende meewerkt aan het verkrijgen daarvan, waardoor het verlengingsbesluit voldoende gemotiveerd is. Er zijn geen aanwijzingen dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt, ondanks dat eiser stelt dat de Marokkaanse autoriteiten niet reageren op rappels.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.