ECLI:NL:RBDHA:2023:17269
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand na intrekking wegens vermogen in stichting
Verzoeker heeft sinds juli 2022 geen bijstandsuitkering meer en leeft van toeslagen en leningen. Hij vraagt om bijstand, maar het college wijst de aanvraag af vanwege onvoldoende informatie over het vermogen in een stichting waarvan hij bestuurder was.
De voorzieningenrechter overweegt dat er sprake is van een spoedeisend belang gezien het gebrek aan inkomsten en de hogere kosten dan de toeslagen, maar dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden voor bijstand. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen beschikking meer had over het vermogen in de stichting, ondanks dat hij sinds september 2021 geen bestuurder meer is.
Het college heeft terecht aanvullende informatie gevraagd over het vermogen in de stichting, mede gezien het vermoeden dat het vermogen hoger is dan de vermogensgrens. Verzoekers stellingen dat hij geen zeggenschap had en dat derden niet meewerken, worden niet aannemelijk geacht. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.