ECLI:NL:CRVB:2020:825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden nagelstudio
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd na een anonieme tip onderzocht door de gemeente Breda vanwege vermoedens van niet gemelde werkzaamheden in een nagelstudio aan huis. Tijdens een onaangekondigd huisbezoek werd een volledig ingerichte nagelstudio aangetroffen en bleek uit internetonderzoek dat appellante al sinds 2014 klanten wervende activiteiten ontplooide met prijslijsten, terwijl zij dit niet had gemeld aan het college.
Het college besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de ontvangen bedragen terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellante voerde aan dat zij geen geld ontving voor haar werkzaamheden en dat het huisbezoek onterecht was, maar deze bezwaren werden verworpen. De Raad oordeelde dat het verrichten van op geld waardeerbare arbeid ook zonder daadwerkelijke inkomsten relevant is voor het recht op bijstand.
Verder stelde appellante dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen vanwege haar schulden en psychische aandoeningen, maar dit werd niet als voldoende uitzonderlijk beschouwd. Ook haar aanvraag voor nieuwe bijstand werd afgewezen omdat zij geen gewijzigde omstandigheden aannemelijk maakte en nog steeds een nagelstudio aan huis had. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en wijst het hoger beroep af.