ECLI:NL:RBDHA:2023:17277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was eerder getoetst in uitspraken van 25 juli en 6 september 2023. De staatssecretaris heeft de bewaring opgeheven op 11 september 2023 nadat eiser was uitgezet naar Marokko.
De rechtbank toetst of het voortduren van de bewaring tot de datum van opheffing rechtmatig was en of eiser aanspraak kan maken op schadevergoeding. De rechtbank concludeert dat de bewaring tot het moment van opheffing rechtmatig was, ook na het sluiten van het onderzoek op 1 september 2023. De door eiser aangevoerde stelling dat de belangenafweging niet evenredig was en dat een lichter middel had moeten worden toegepast, wordt verworpen.
De rechtbank overweegt dat het onttrekkingsrisico bij het toepassen van een minder dwingende maatregel te groot was en dat de verklaringen van eiser over medewerking daaraan niet afdoen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om ambtshalve tot een ander oordeel te komen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.