De rechtbank Den Haag heeft op 1 november 2023 uitspraak gedaan in een geschil tussen broer en zus over de verdeling van de nalatenschap van hun overleden vader. De nalatenschap omvat onder meer een vordering uit een geldlening aan een failliete vennootschap onder firma (vof). Partijen verschillen van mening over wie de lening moet aflossen, hoeveel is afgelost, en de gevolgen daarvan voor hun erfdeel.
De rechtbank oordeelde dat de zus niet medeschuldenaar is van de lening, ondanks haar medeondertekening van de leningsovereenkomst. De openstaande lening wordt toegewezen aan de broer, met de verplichting om toekomstige betalingen te delen. Verder is vastgesteld dat de zus een gebruiksvergoeding van €25.000 aan de broer moet betalen vanwege haar bewoning van de woning van de erflater.
Belangrijk is dat de rechtbank vaststelde dat de zus bepaalde aflossingen op de lening, gedaan in november 2016 en januari 2017, opzettelijk heeft verzwegen, waardoor zij haar aandeel in die bedragen verbeurd heeft. Deze bedragen van in totaal €13.800 komen volledig toe aan de broer. Daarnaast ontstond een vordering van €3.450 wegens overbedeling van eerdere aflossingen. De totale vordering van de broer op de zus bedraagt €46.282,90, welke wordt verrekend met het depotbedrag van ruim €611.000. De proceskosten worden gecompenseerd zodat partijen elk hun eigen kosten dragen.