ECLI:NL:RBDHA:2023:17368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling op grond van Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 8 november 2023 uitspraak gedaan in het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 11 juli 2023 is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eerder zijn reeds twee uitspraken gedaan over deze zaak, op 8 augustus 2023 en 27 oktober 2023.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de ingediende stukken en heeft geen zitting gehouden, omdat er geen gewijzigde omstandigheden waren en het horen van eiser niet verplicht was. Eiser stelde dat de staatssecretaris geen belangenafweging had gemaakt en dat het zicht op uitzetting naar Nigeria en Jamaica ontbrak, ondanks zijn medewerking. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris nog niet verplicht was tot een verzwaarde belangenafweging, omdat de zesmaandentermijn van bewaring nog niet was verstreken.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet is verschenen bij de presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten en daarmee de procedure heeft gefrustreerd. De staatssecretaris bereidt een aanvraag voor een laissez-passer voor Jamaica voor en voert vertrekgesprekken met eiser. De rechtbank acht het voortduren van de maatregel rechtmatig en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de maatregel is rechtmatig voortgezet zonder toekenning van schadevergoeding.